SITUATIE RONDOM  SYDNEY AIRPORT

 

 

  1. SITUERING VAN SYDNEY INTERNATIONAL AIRPORT

De luchthaven van Sydney ligt 8 km ten zuiden van  het zakencentrum van Sydney (Sydney Bussiness Centre) en is de grootste luchthaven van Australië. Er zijn drie startbanen: twee parallelbanen met een Noord - Zuid orientatie (de ‘main runway’ is de 16R/34L en is 3962 m lang en de daaraan parallel gelegen 16L/34R is 2436 m lang) en een dwarse baan die Oost – West georiënteerd is met een lengte van 2530 m. De stad Sydney situeert zich ten Noorden, Oosten en Westen van de luchthaven, ten Zuiden bevindt zich Botany Bay. Er zijn vijf vrachtoperatoren, waaronder DHL. In 2002 werden 23.9 miljoen passagiers vervoerd en men verwacht een groeiritme van 4.2% per jaar.

 

 

 

  

 

 

  1. STANDPUNT VAN ‘AIRSERVICES AUSTRALIA’ (LUCHTVERKEERSLEIDING) OM HET IMPACT VAN VLIEGTUIGLAWAAI  TE BEPERKEN

(bron: Airservices Australia: Environmental Principles and Procedures for Minimising the Impact of Aircraft Noise, Revised 21 November 2002)

Basis principes: dienen als basis voor de evaluatie van het milieu impact (bvb voorstellen van nieuwe vluchtroutes of veranderingen in een bestaande toestand) en als basis voor de selectie van lawaai verzachtende maatregelen (‘noise abatement procedures’).

 

TOTALE HOEVEELHEID LAWAAI

Principe 1: Lawaai verzachtende maatregelen moeten erop gericht zijn om het globale impact op de bevolking te minimalizeren

 

RUIMTELIJKE SPREIDING VAN DE HOEVEELHEID LAWAAI

Principe 2: Lawaai moet zoveel mogelijk geconcentreerd worden in onbewoond gebied (‘non-residential area’, dit is fundamenteel verschillend van ‘zones moins densément peuplées, waarin dicht bevolkte woonkernen kunnen voorkomen)

Principe 3: Lawaaiblootstelling moet eerlijk (‘fair’) verdeeld worden indien mogelijk, dwz fundamenteel principe van ‘noise sharing’ of spreiding

Principe 4: geen enkele wijk (‘suburb’), groep bewoners of individu  kan eisen of verwachten vrijgesteld te worden van vliegtuiglawaai. Maw discriminatie tav blootstelling aan vliegtuiglawaai is onwettellijk

 

BLOOTSTELLINGSLIMIETEN

Principe 5: bij de keuze van maatregelen om het lawaai impact te beperken wordt de lawaaiblootstelling als niet significant bestempeld indien de Laeq,24h lager is dan 40 dBA en indien er minder dan 50 overvluchten zijn per dag;

Principe 6: geen enkele woonzone mag worden blootgesteld aan een Laeq,24h van meer dan 60 dBA. Door de Australian Standard AS2021 wordt deze graad van lawaaiblootstelling bestempeld als onaanvaardbaar

Principe 7: er moet een grenswaarde voor het pieklawaai worden gedefiniëerd waaraan niemand mag worden blootgesteld en er moet een overeenkomst worden gemaakt om dit niveau progressief te reduceren. Het streefgetal is 95 dBA Lamax.

 

TIMING/HISTORISCHE SITUATIE

Principe 8: wanneer verschillende opties tegen mekaar worden afgewogen moet een groter gewicht (meer hinderlijk) worden toegekend aan vliegbewegingen gedurende de nacht of het weekend dan gedurende de dag of gedurende de week

Principe 9: zowel korte termijn als lange termijn lawaai blootstelling moet in rekening worden gebracht bij de besluitvorming

Principe 10: opties waarbij de overgang van de bestaande situatie naar de doelsituatie geleidelijk wordt doorgevoerd genieten de voorkeur

Principe 11: indien een keuze moet worden gemaakt tussen twee opties die mekaar uitsluiten (‘mutually exclusive’) maar anderzijds evenwaardig zijn, waarbij in (i) een woonzone wordt overvlogen die reeds vroeger werd blootgesteld aan vliegtuiglawaai (waarbij een groot deel van de bewoners zich dus bewust was van de aanwezigheid van vliegtuiglawaai alvorens zich daar te vestigen) of in (ii)  de andere  zone wordt overvlogen dienooit blootstelling aan vliegtuiglawaai kende, dan kiest men voor de optie (i)

 

VLUCHTROUTES IN TEGENGESTELDE RICHTING (RECIPROCAL FLIGHTPATHS)

Principe 12: woonzones die worden overvlogen door landende toestellen op een bepaalde landingsbaan, worden zoveel mogelijk gespaard van het opstijgend verkeer vanop dezelfde startbaan in tegengestelde zin.

 

  1. DE LUCHTHAVEN VAN SYDNEY: SYDNEY AIRPORT ENVIRONMENTAL STRATEGY 2005-2010 (AES)

De luchthavenwet van 1996 verplicht de luchthaven om iedere vijf jaar een milieustrategisch plan op te stellen. Dit strategisch plan heeft betrekking op alle aspecten van het milieu, waaronder luchtkwaliteit en vliegtuiglawaai.

Beheersing van het lawaai omvat maatregelen voor de beperking van het grondlawaai en de beperking van het lawaai tgv vliegtuigen tijdens de vluchtprocedures.

We beperken ons hier tot het tweede aspect: ‘Aircraft  Noise Management’: dit is gebaseerd op:

  1. PRINCIPES VAN ‘NOISE SHARING’ of spreiding van vliegtuiglawaai
    1. gebruik van de drie start/landingsbanen (‘runways’)
    2. maximaal gebruik maken van vluchtroutes over water en onbewoond gebied
    3. wanneer het niet mogelijk is over het water te vliegen (Botany Bay) dan is het objectief om het overvliegen van woonzones zoveel mogelijk te beperken en dat het lawaai van dergelijke procedures maximaal wordt gespreid
    4. behoud van maximale capaciteit die echter de 80 bewegingen per uur niet mag overschrijden
    5. maximalizeren van het aantal uren over bewoond gebied waarbij er geen vliegtuigpassages zijn of een beperking tot het absolute minimum (‘unavoidable overflights’)
    6. landingsprocedures met laag vermogen en minimale geluidsproductie
    7. voor zover mogelijk vermijden van bewoond gebied, dat reeds wordt getrofffen door dalende toestellen nog eens te overvliegen met opstijgende toestellen van dezelfde startbaan
    8. het is expliciet de bedoeling om dmv wisselende banen configuraties (runway mode) met gebruik van een aangepast ‘noise preferential runway’ systeem te komen tot vergelijkbare verdeling van aantal vluchten, aantal uren vliegtuiglawaai en aantal uren stilte (‘respite hours’of recuperatie tijd). De monitoring ervan gebeurt dmv oa frequentie contouren (N70dB) en ‘respite’ contouren, cumulatieve belasting van de verschillende exitpoints (Sydney Airport Community Forum: Long Term Operation Planning, Report of LTOP Performance, March 2005, p 11)
  2. SYDNEY AIRPORT COMMUNITY FORUM (SACF): een overlegorgaan met vertegenwoordigers van de omwonenden, de locale besturen, de industrie, de nationale en regionale parlementen, houdt toezicht op de implementatie van het spreidingsplan (‘noise sharing’)
  3. AVONDKLOK (‘Curfew’): tussen 23 h en 06 h kan enkel worden gevlogen onder zeer specifieke voorwaarden:
    1. Geen enkel toestel mag opstijgen over bewoond gebied na 22 h 45
    2. Gedurende de avondklok wordt uitsluitend geland en opgestegen over Botany Bay (landingen Noordwaarts, vertrekken Zuidwaarts)
    3. Gedurende de sperperiode worden enkel uitzonderingen gemaakt voor:

                                                               i.      Toestellen minder dan 34 ton (propeller of low noise jets), meestal kleine vrachtvliegtuigen of zakenvluchten

                                                             ii.      Een beperkt quotum Chapter 3 vrachtvliegtuigen

                                                            iii.      Een beperkt quotum Chapter 3 passagierstoestellen in de schouderperioden, dwz tussen 23 en 24 h en tussen 05 en 06 h

    1. Bij overtredingen boetes tot $ 550 000
  1. Isolatieprogramma voor onteigening in de zwaarst belaste zones en voor isolatie van huizen én publieke ruimtes zoals scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, etc.
  2. LONG TERM OPERATION PLANNING (LTOP) PERFORMANCE: in opdracht van het SACF (Sydney Airport Community Forum: Long Term Operation Planning, Report of LTOP Performance, March 2005) wordt een evaluatie uitgevoerd van het spreidingsprogramma (‘noise sharing’)
    1. Doelstelling:  een onafhankelijk team van experts moet

                                                               i.      de mate van spreiding (noise sharing) evalueren

                                                             ii.      maatregelen onderzoeken die de spreiding kunnen bevorderen: evaluatie van verschillende banenconfiguraties (‘modes’) en de operationele beperkingen ervan

                                                            iii.      nagaan op welke manier eventuele operationele beperkingen kunnen worden vermeden of afgezwakt

                                                           iv.      toekomstige trends inschatten en erop anticiperen

                                                             v.      onderzoeken hoe men in de piekuren de spreiding kan bevorderen

    1. Team van experts: bracht een breed scala van mogelijkheden aan om de spreiding te verbeteren. Er worden suggesties gedaan om de infrastructuur en de procedures aan te passen met dat doel voor ogen.
    2. Overzicht van preliminaire bevindingen:

                                                               i.      LTOP  is gebaseerd op drie basis bekommernissen: veiligheid, capaciteit en milieu (= noise sharing of spreiding)

                                                             ii.      Mate van Spreiding over de verschillende zones: statistische gegevens worden maandelijks door Australian Airservices (luchtverkeersleiding) gerapporteerd

                                                            iii.      Gebruik van de verschillende banen combinaties (runway mode) wordt in relatie tot capaciteit en veiligheid geëvalueerd.

                                                           iv.      Zoeken van oplossingen voor operationele beperkingen

    1. Het LTOP programma werd ontwikkeld in 1996 op initiatief van de regering ten einde het milieuimpact van de luchthaven te beperken dmv oa  ontwikkelen  van verschillende startbaan configuraties (runway mode), aanleggen van bijkomende taxibaan, ILS, speciale stijgprocedures, bijkomende uitrusting voor de verkeersleiding, etc.
    2. Monitoring van ‘Noise sharing’ of spreiding gebeurt door een aantal cumulatieve maatstaven, die echter alle gebaseerd zijn op de individuele gebeurtenissen (landingen en vertrekken.   Het is belangrijk dat tijd en frequentie hierin een essentiele rol vervullen: belasting in tijd en frequentie van de verschillende zones aan het einde van de start/landingsbanen, frequentie contouren, aantal uren stilte, densiteit van de radartracks (‘density plots’) (Sydney Airport Community Forum: Long Term Operation Planning, Report of LTOP Performance, March 2005, p 11)
    3. Het opzetten van een ‘Noise sharing’ programma of spreidingsprogramma voor milieudoeleinden en om de omwonenden  zonder discriminatie te behandelen vergt enige creativiteit in het ontwikkelen van banen configuraties (runway modes): voorbeeld van banenconfiguraties op Sydney Airport, ontwikkeld voor het  spreidingsprogramma (Sydney Airport Community Forum: Long Term Operation Planning, Report of LTOP Performance, March 2005, p 14)

 

 

 

    1. De verschillende banen configuraties kunnen worden opgedeeld in vier categorieen:

                                                               i.      Banenconfiguraties voor vliegen over onbewoond gebied (in dit geval Botany Bay, in Zaventem onmogelijk)

                                                             ii.      Banenconfiguraties voor de piekuren (‘core period’)

                                                            iii.      Banenconfiguraties voor  de daluren (‘noise sharing’)

                                                           iv.      Single runway configuraties

Hieronder overgenomen schema van Sydney illustreert dat de ‘noise sharing modes’ juist worden gebruikt in de daluren, niet toevallig ook uren die gevoeliger  liggen voor het publiek: ’s morgens vroeg en ’s avonds laat (Sydney Airport Community Forum: Long Term Operation Planning, Report of LTOP Performance, March 2005, p 13)

 

 

Uit onderstaande figuur blijkt dat de ‘noise sharing modes’ waarbij geen gebruik werd gemaakt van de parallele banen uiteindelijk toch werden gebruikt in 50% van de tijd, bestempeld als ‘noise sharing period’ (daluur) bestemd voor het gebruik van deze banenconfiguratie. In het rapport (Sydney Airport Community Forum: Long Term Operation Planning, Report of LTOP Performance, March 2005, p 21) wordt dit beschouwd als een tekort, maar voor Zaventem illustreert dit dat men met wisselende banenconfiguraties een veel grotere spreiding in de geluidsoverlast zou kunnen bereiken mits de nodige politieke wil en technische creativiteit.

 

 

    1. In de LTOP studie wordt een overzicht gegeven van de verschillende parameters  om de dispersie van het  vliegtuiglawaai te evalueren (letterlijk ‘equidistribution of noise’)

                                                               i.      Gebruik van startbaanconfiguraties uitgedrukt in tijd en aantal bewegingen

                                                             ii.      Belasting van de verschillende zones (exit points) aan de uiteinden van een start/landingsbaan, uitgedrukt in tijd en aantal bewegingen

                                                            iii.      Recuperatie: proportie uitgedrukt als tijd of aantal bewegingen dat een bepaalde start/landingsbaan NIET is gebruikt

                                                           iv.      Cumulatieve geluidsbelasting, uitgedrukt in Laeq (ANEC) of frequentie boven een bepaalde drempel niveau

    1. Australian Airservices publiceert maandelijks rapporten waaruit de graad van spreiding duidelijk kan worden geëvalueerd (hieruit werden bovenstaande figuren overgenomen)
    2. De luchtverkeersleiding heeft leren accepteren dat owv milieuredenen (noise sharing) vertraging mag worden opgelegd aan de piloten ten einde de milieudoelstellingen te bereiken  (Sydney Airport Community Forum: Long Term Operation Planning, Report of LTOP Performance, March 2005, p 31)
    3. De gangbare windcriteria zijn de internationaal aanvaarde ICAO criteria van 5 kt rugwind/15 kt zijwind en er wordt om ecologische redenen vermeden om met rugwind op te stijgen.
    4. De vluchtroutes worden zoveel mogelijk gespreid expliciet om concentratie van vliegtuiglawaai over woonzones te vermijden. Daarbij wordt ook over de stad Sydney geland en opgestegen.

 

BESLUIT

 

De luchthaven van Sydney heeft een met Zaventem zeer vergelijkbare banenconfiguratie en ligging zeer dicht bij een grote stad. De luchthaven uitbater  is verplicht een goed doordacht milieubeleid te voeren, haar opgelegd door de Australische wetgever. Centraal hierin is het concept van spreiding (‘noise sharing’) ten einde een gelijke verdeling van de lawaaihinder te bekomen over alle omwonenden (‘equidistribution of noise’), binnen de beperkingen van de veiligheid en de capaciteit. Hiertoe worden wisselende banen configuraties gebruikt die veranderen afhankelijk van het tijdstip van de dag (piek en dal uren) en worden de vluchtroutes gespreid expliciet ten einde concentratie van  lawaai te vermijden over woonzones. Daarbij wordt over de stad geland en opgestegen. De windcriteria zijn de internationaal aanvaarde ICAO criteria van 5 kt rugwind/15 kt zijwind. De luchthaven uitbater is verplicht regelmatig (maandelijks) te rapporteren over het bereiken van deze doelstellingen in termen van aantal bewegingen, aantal overvlogen uren en aantal uren recuperatietijd. Er wordt een lange termijn planning opgemaakt om deze doelstellingen, die tot op heden nog niet worden gehaald, mogelijk te maken, waartoe de oa de nodige infrastructuurwerken worden opgelegd.

 

BRONNEN (alle terug te vinden op de website van Sydney Airport)

 

  1. Airservices Australia: Environmental Principles and Procedures for Minimising the Impact of Aircraft Noise, Environmental Branch, 19 August 1997, Revised 21 November 2002
  2. Sydney Airport Environmental Strategy, 2005 – 2010
  3. Sydney  Airport Community Forum, Long Term Operation Plan, Review of LTOP Performance, March 2005-05-23
  4. Sydney Airport Operational Statistics, March 1999 (met track density plots, respite hour plots